Landelijke Richtlijn Bouw- en Sloopveiligheid VBWTN 14 februari a.s. op agenda Tweede Kamer

De Tweede Kamer wordt op 14 februari a.s. door de minister geïnformeerd over de reactie die zij heeft gestuurd aan de Onderzoeksraad voor Veiligheid naar aanleiding van het onderzoeksrapport dat de Onderzoeksraad heeft opgesteld naar aanleiding van het ongeval bouwplaats Rijnstraat.

Een belangrijk onderdeel van de brief betreft de Landelijke Richtlijn Bouw- en Sloopveiligheid die de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht heeft ontwikkeld. In de brief staat ook te lezen dat de minister bereid is om de richtlijn te gaan aansturen in het Bouwbesluit via de Regeling Bouwbesluit 2012. Een enorme opsteker voor de werkgroep die hard heeft gewerkt aan deze richtlijn, en een succes voor de Vereniging BWT Nederland.

De Landelijke richtlijn is nu bijna helemaal gereed, en de resultaten van het expertpanel vanuit de diverse branchepartijen uit de markt is hierin inmiddels verwerkt.

Op BWTinfo is nu ook de dossierpagina opengesteld waarin de richtlijn, inclusief bijlagen, tekeningen en tabellen te vinden is. Zodra ook de juridische check op de richtlijn is afgerond zal de conceptversie worden vervangen door de eindversie en zal binnen het ministerie van BZK de procedure worden gestart om de Landelijke richtlijn bouw- en sloopveiligheid op te nemen in het Bouwbesluit.

Hieronder is de brief van de minister aan de Onderzoeksraad voor Veiligheid opgenomen in dit artikel. (Deze brief is nog verstuurd door Minister Plasterk, maar omdat het onderwerp nu op de agenda staat van de Tweede Kamer is deze nu pas openbaar gemaakt, en zal hij worden behandeld door minister Ollongren.)

---------------------------------------------------------------------

Onderzoeksraad voor Veiligheid
Mr. T.H.J. Joustra
Postbus 95404
2509 CK Den Haag

Datum:  23 oktober 2017
Betreft:  Reactie rapport   "Hijsen in het hart van de stad: ongeval bouwplaats Rijnstraat".

Geachte heer Joustra,

Op 26 april 2017 heeft u mij het rapport ‘Hijsen in het hart van de stad: ongeval bouwplaats Rijnstraat’ gestuurd. Ik ben de Onderzoeksraad zeer erkentelijk voor zijn gedegen analyse van het hijsongeval. In het rapport heeft u zeven aanbevelingen gedaan, waarvan twee aanbevelingen rechtstreeks aan mij zijn gericht. Een derde aanbeveling is gericht aan het Rijksvastgoedbedrijf en leden van het Opdrachtgeversforum in de bouw. Het Rijksvastgoedbedrijf valt als uitvoerende vastgoeddienst van het Rijk onder mijn verantwoordelijkheid. In deze brief geef ik daarom een reactie op deze drie aanbevelingen en informeer ik u over de acties die in gang gezet worden.

Ik vermeld eerst steeds uw aanbeveling1[1] , vervolgens geef ik mijn reactie. Onderaan de brief geef ik tot slot een samenvatting van de acties.

Aanbeveling 1
Breng vóór de aanbesteding van bouwprojecten de relevante omgevingsfactoren in kaart en gebruik deze voor het formuleren van een realistische en veilig realiseerbare bouwopdracht.

Naar analogie van het Veiligheid & Gezondheid-plan (V&G-plan) conform art. 5.26 van het Arbeidsomstandighedenbesluit, pakt het Rijksvastgoedbedrijf ook de zorg voor de omgevingsveiligheid op. Dit betekent dat voortaan al in de definitiefase van een bouwproject een Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) wordt gemaakt waar niet alleen wordt gekeken naar de veiligheid van medewerkers op de bouwplaats, maar ook van passanten en omwonenden. De RI&E levert de input voor het V&G-plan ontwerpfase. Dit V&G-plan maakt onderdeel uit van de contractstukken bij aanbesteding. De aannemende partij verwerkt dit tot een V&G-plan uitvoeringsfase. Bij uitbesteding van het ontwerp wordt de RI&E meegegeven aan de ontwerpende partij. Net als bij geïntegreerde contractvormen zoals Design, Build, Finance, Maintain en Operate contracten (DBFMO). Inmiddels heeft het Rijksvastgoedbedrijf ook ervaring opgedaan met het, voor zo ver mogelijk, tot overeenstemming komen met het bevoegd gezag over het omgevingsveiligheidsplan. Het omgevingsveiligheidsplan is daarmee preconcurrentieel vastgesteld en wordt meegenomen in de gunningscriteria bij de aanbesteding. Bij de aanbesteding van de nieuwe rechtbank te Amsterdam zijn daar positieve ervaringen mee opgedaan. Het is echter wel van belang dat dit plan door de bouwende partij wordt aangepast voor de uitvoeringsfase omdat dan bouwmethode en bouwstromen pas bekend zijn.

Het Rijksvastgoedbedrijf is al geruime tijd bezig de aandacht voor veiligheid en gezondheid op de bouwplaats en in de gebouwexploitatie beter te verankeren door sterk te sturen op de kwaliteit van V&G-plannen in de ontwerpfase en de aanbesteding. Nu wordt daar omgevingsveiligheid integraal in meegenomen. Het Rijksvastgoedbedrijf heeft samen met andere opdrachtgevers en met opdrachtnemers in de bouw de Governance Code Veiligheid in de Bouw ondertekend op 14 januari 2014. Dit was het begin van een gezamenlijke aanpak om de veiligheidscultuur binnen de bouw te verbeteren. Bij toekomstige projecten zal in de aanbestedings- en uitvoeringsfase extra aandacht aan veiligheid worden besteed. Hierbij wordt ook gekeken naar de planning, het budget in relatie tot veiligheidsrisico’s alsmede welke partij de risico’s het beste kan beheersen. Het Rijksvastgoedbedrijf zal met haar medeondertekenaars van de Code in overleg treden om ook bij hen te stimuleren dat omgevingsveiligheid analoog aan de V&G-aanpak, onderdeel gaat uitmaken van de aanbesteding.

Aanbeveling 2

a.       Verbeter, in samenwerking met de bouwsector, het inzicht in de omvang en aard van bouwrisico’s voor de omgeving van een bouwplaats. a. Houd hiervoor gestructureerd kenmerken, oorzaken, gevolgen en frequentie van incidenten bij en publiceer deze gegevens als open data.

b.        Onderzoek daarnaast het valgedrag van objecten die uit hijskranen vallen en publiceer de resultaten.

 

Over deze aanbeveling heb ik overlegd met de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland (VBWTN). De VBWTN is bezig met het opstellen van een richtlijn bouw- en sloopveiligheid in het kader van het toezicht door het gemeentelijke bouw- en woningtoezicht op de veiligheid van de omgeving bij bouw- en sloopwerkzaamheden. De richtlijn geeft onder andere kaders voor het opstellen van een veiligheidsplan conform het Bouwbesluit 2012 door of namens de opdrachtgever van een te bouwen bouwwerk. De richtlijn gaat hierbij uit van een risicoanalyse. De VBWTN betrekt bij het opstellen van de richtlijn ook de uitvoerende bouwpartijen, zodat een breed gedragen richtlijn ontstaat. In de richtlijn zullen de aan te houden veiligheidsafstanden rondom bouw- en sloopplaatsen worden opgenomen. Met deze afstanden wordt beoogd de risico’s van het vallen van objecten voor de omgeving zo veel mogelijk te beperken. Ter ondersteuning van dit project van de VBWTN heb ik opdracht gegeven voor een onderzoek ter onderbouwing van deze veiligheidsafstanden. Dit onderzoek bestaat uit een analyse van de beschikbare informatie over incidenten met vallende objecten uit hijskranen. Op basis van deze informatie en professional judgement zal vervolgens een expertpanel bestaande uit zowel de markt (bouwplaatsdeskundigen, hijsspecialisten) als het bevoegd gezag een advies uitbrengen over deze veiligheidsafstanden. Het rapport van dit onderzoek zal worden gepubliceerd.

De regels voor de veiligheidsafstanden die op basis van dit onderzoek in de richtlijn worden opgenomen, kunnen in de toekomst worden geëvalueerd mede op basis van nieuw opgetreden incidenten en waar nodig worden bijgesteld. Voor het systematisch bijhouden van deze incidenten streef ik naar een praktische invulling. Ik zie bijvoorbeeld een logische rol weggelegd voor gemeenten. Bij een incident buiten de bouwplaats zal het gemeentelijk bouw- en woningtoezicht immers betrokken zijn vanuit haar toezichthoudende rol. Binnen het verband van de VBWTN zouden deze incidenten kunnen worden verzameld. Verder is er op dit moment vanuit de Arbeidsomstandighedenregelgeving een registratie- en analysesysteem voor arbeidsongevallen actief. Hoewel dit registratiesysteem bedoeld is voor arbeidsongevallen, kan hieruit ook bruikbare informatie volgen voor de veiligheidsafstanden voor de omgevingsveiligheid. Ik vervolg mijn overleg met betrokken partijen over de wijze waarop de door u genoemde incidenten kunnen worden bijgehouden.

Aanbeveling 3

Gebruik de resultaten van aanbeveling 2 om een veiligheidsniveau vast te stellen voor de omgeving van bouwplaatsen.

Zoals beschreven in mijn reactie op aanbeveling 2 worden de resultaten van het onderzoek naar de veiligheidsafstanden vastgelegd in de richtlijn bouw- en sloopveiligheid die de VBWTN opstelt. De VBWTN heeft mij gevraagd om de deze veiligheidsafstanden rondom bouw- en sloopplaatsen vervolgens ook op te nemen in de Regeling Bouwbesluit 2012. Op deze manier zullen deze veiligheidsafstanden voor een ieder publiekrechtelijk gelden en kunnen gemeenten hierop direct handhaven. Ik ben daartoe bereid en zal een wijziging van de bouwregelgeving in procedure brengen nadat de richtlijn door de VBWTN definitief is gemaakt.

Samenvattend

Met de volgende acties geef ik invulling aan de aanbevelingen om te komen tot een betere borging van de omgevingsveiligheid:

  • Het Rijksvastgoedbedrijf zorgt voor een veilige realistische opdracht door de omgevingsveiligheid integraal mee te nemen in de V&G-plannen.
  •  Ik laat onderzoek uitvoeren naar veiligheidsafstanden bij bouw- en sloopplaatsen en neem deze op in de Regeling Bouwbesluit 2012.
  • Ik ga in overleg met betrokken partijen over het bijhouden van incidenten.

 

Hoogachtend,

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Dr. R.H.A. Plasterk

 

[1] De nummering van de aanbevelingen uit uw rapport is aangehouden

 

Aanmelden nieuwsbrief

Meld u aan voor de nieuwsbrief en blijf automatisch op de hoogte.