Naar de inhoud
Terug

Gezonde onrust in Den Haag: nu moet digitalisering gaan werken

De digitale basis voor samenwerking in de bouw ligt er. Maar hoe zorgen we dat bedrijven die ook echt gebruiken? De Kamerbrief van 19 juni van minister Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) zet de koers uit. Jan van Beuningen, directeur Bouw en Wonen bij VRO, Irene Niet, beleidsmedewerker in Jans team, en Roger Tan, directeur van digiGO, bespreken wat er bereikt is. En vooral waarom de volgende stap niet kan wachten.

De maatschappelijke opgave als motor

Jan begint bij de maatschappelijke opgave: “We moeten 100.000 nieuwbouwwoningen per jaar bouwen, zeven miljoen woningen verduurzamen en grote infrastructuurprojecten versnellen. Dat moet sneller, slimmer en schoner, met minder faalkosten. Digitalisering is daarbij geen keuze, maar een randvoorwaarde. Ook om de productiviteit te verhogen en de uitstroom van mensen op te vangen.”

Vooral de relatie tussen overheid en sector is volgens hem veranderd: “We stonden eerst meer tegenover elkaar. Nu zijn we van een ‘naar elkaar kijken’-fase naar gezamenlijk initiatief gegaan. We hebben samen kaders bepaald en de contouren gebouwd. Nu staan we op het kantelpunt naar echte adoptie en opschaling.”

Roger herkent dat: “Bij brancheorganisaties leeft het besef van de maatschappelijke opgaven. Maar hoe vertalen we dat naar wat bedrijven dagelijks anders doen? Daar moeten we nu samen werk van maken.”

Urgentie groeit, maar echte verandering is nog lastig

Irene ziet dezelfde beweging, maar benadrukt dat urgentie nog geen structurele verandering oplevert: “De sector wil de boot niet missen, bijvoorbeeld met AI en digital twins. Digitalisering onderdeel maken van je werkproces vraagt meer. Je moet structureel middelen vrijmaken, mensen anders laten werken en soms doelen herzien. Die slag is nog niet voldoende gemaakt.”

Roger ziet in AI juist ook een kans: “AI spreekt enorm tot de verbeelding. Het is een digitale toepassing waarmee we nu al dagelijks te maken hebben. Mensen zien de ongekende mogelijkheden en denken: wow, dat wil ik ook proberen! Dat kan digitalisering een flinke impuls geven. Maar daarvoor moet de digitale basis wel op orde zijn.”

De Kamerbrief: een signaal én een keuze

De Kamerbrief markeert volgens de drie gesprekspartners een nieuwe fase. Irene: “Het is een duidelijk signaal aan de sector: doe mee. De techniek ontwikkelen we verder, maar we vragen ook iets van organisaties en mensen. Zij moeten hun manier van werken veranderen. Dat kost tijd. Daarom willen we dat gesprek met deze brief echt nu starten.”

Jan vult aan: “Digitalisering is here to stay. Het kabinet omarmt dit volledig. We maken keuzes en zetten concrete stappen, bijvoorbeeld rond regelgeving, financiering en de digitale infrastructuur die we willen inzetten. De richting is samen bepaald, maar de sector moet nu ook echt in actie komen en meebewegen.”

Roger ziet vooral de betekenis van die gezamenlijke koers: “We werken al jaren aan het DSGO en aan standaarden. De eerste toepassingen komen beschikbaar. Nu kunnen we die onderdelen verbinden. De brief helpt om duidelijke keuzes uit te dragen.”

Opvallend is de keuze om te stoppen met tijdelijke pilots die niet kunnen opschalen. Irene: “We hebben veel innovaties en pilots gedaan. Dat leverde ervaring en energie op. Maar als je het vliegwiel wilt laten draaien, moet je vanaf het begin met standaarden en gezamenlijke afspraken werken. Anders moet je na een geslaagd experiment nog honderden dingen aanpassen voordat anderen kunnen aansluiten.”

“ De richting is samen bepaald, maar de sector moet nu ook echt in actie komen en meebewegen.” Jan van Beuningen

Samenwerking over departementen heen

Digitalisering raakt ook vergunningverlening, ruimtelijke ordening en infrastructuur. Irene: “De Kamerbrief is ook een signaal aan andere overheden. We willen dit samen aanpakken. Je merkt dat andere overheden en ministeries zich aangesproken voelen en de samenwerking zoeken.”

Jan ziet die samenwerking steeds vanzelfsprekender worden: “Ons innovatie- en opschalingsprogramma voor de woningbouw (IOP) verbindt beleidsterreinen. De afstemming over geodata en met organisaties zoals Rijkswaterstaat wordt intensiever. We weten elkaar steeds beter te vinden.”

De grote omslag: van concept naar toepassing

De komende periode draait om adoptie. Jan: “Hoe langer je wacht, hoe ingewikkelder het wordt. Wij gaan steeds sterker sturen. Bij woondeals, prestatieafspraken en subsidieregelingen gaan we eisen stellen. Meedoen aan preferente standaarden, data delen via het Digitaal Stelsel Gebouwde Omgeving (DSGO) en een uniform digitaal planproces worden een voorwaarde.”

Vooral grote bedrijven kunnen hierin volgens Jan het voortouw nemen. “Zij hoeven niet te wachten totdat een opdrachtgever digitale standaarden uitvraagt. Vraag digiGO welke afspraken relevant zijn, pas ze toe en neem je ketenpartners mee.”

Roger vult aan met een concreet voorbeeld: “Neem een groot onderhoudscontract van het Rijksvastgoedbedrijf. Daar wisselen partijen voortdurend informatie uit. Met gezamenlijke standaarden kan dat gestructureerd. Maar dan moeten die afspraken wel in de software van opdrachtgever én opdrachtnemer zitten. Pas dan werkt het in de praktijk.”

Digitale vaardigheden: de stille randvoorwaarde

Irene benoemt nog een belangrijk vraagstuk: digitale vaardigheden. “Een medewerker bij een aannemer heeft andere vaardigheden nodig dan een gemeenteambtenaar. Daarom proberen we maatwerk te bieden. Tegelijkertijd groeit het tekort aan mensen in de sector.”

Ze verwijst naar de samenwerking met OCW rond de talentstrategie. “We leiden vakmensen op voor nu én later. Ook nieuw talent wil met AI werken. Als bedrijf kun je daarin niet achterblijven.”

Roger haakt hierop in met het digiGO-programma digiVaardig: “We kijken daarbij nadrukkelijk naar succesvolle vergelijkbare programma’s in andere sectoren, bijvoorbeeld in de zorg. Daar speelt het concept van digicoaches een belangrijke rol. Het is gelukt om dat in relatief korte tijd uit te bouwen van enkele tientallen naar duizenden coaches. Daar hebben wij goed naar gekeken bij het opzetten van ons eigen digiCoach-traject.”

De opdracht voor het komende jaar

Jan: “We moeten de gekozen richting vertalen naar een actieagenda. Voor de volgende zomer moet duidelijk zijn wat iedereen kan bijdragen. Voor grote bedrijven is dat iets anders dan voor het mkb of voor opdrachtgevers. Het moet eenvoudig uit te leggen zijn: wat moet ik concreet doen?”

Roger ziet daarin ook een opdracht voor digiGO: “We hebben de afgelopen jaren gewerkt aan de digitale bouwstenen. Nu moeten we zorgen dat ze hun weg vinden naar programma’s, projecten en software. Het gaat om een helder lijstje: het DSGO, preferente standaarden en software die deze afspraken ondersteunt.”

Jan is trots op wat er gezamenlijk is bereikt, maar voelt ook ongeduld: “Ik ben blij met waar we staan. Maar de toepassing moet sneller. Soms gaat het me nog te traag en is het te vrijblijvend.”

De digitale basis ligt er, de richting is bepaald. Nu is het aan de sector om door te pakken.

Lid van Vereniging BWT

Als lid profiteer je van kennisdeling, vakinhoudelijke bijeenkomsten en een sterk netwerk binnen het bouw- en woningtoezicht.

Word lid van de vereniging

Nieuwsbrief ontvangen?

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws, nieuwe documenten, agenda-items en ontwikkelingen binnen het vakgebied BWT.