Rli brengt advies uit over gevolgen Omgevingswet voor toezicht en handhaving in de praktijk
De Omgevingswet die sinds 1 januari 2024 van kracht is heeft toezicht en handhaving op activiteiten die het milieu belasten ingewikkelder gemaakt. Dit levert extra risico’s op voor milieu, veiligheid en gezondheid, leidt tot meer onzekerheid voor bedrijven en zet het vertrouwen van de samenleving in de overheid verder onder druk. Dat stelt de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) in zijn advies ‘Toezicht met vertrouwen’ dat op 13 oktober 2026 is aangeboden aan minister Elanor Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en staatssecretaris Annet Bertram van Infrastructuur en Waterstaat.
De Omgevingswet biedt een stevig fundament om de belangrijke en urgente opgaven in de leefomgeving effectief aan te pakken. De verantwoordelijkheid voor het benutten en beschermen van de leefomgeving legt de wet in de eerste plaats bij burgers en bedrijven zelf neer. Dat is een nieuwe benadering die uitgaat van vertrouwen geven en flexibiliteit bieden om zo ontwikkelingen mogelijk te maken. Vertrouwen geven vraagt tegelijkertijd ook om snel en doeltreffend kunnen optreden als dat nodig is. Toezicht en handhaving hebben daarbij een belangrijke rol.
Omgevingsdiensten ervaren dat ze door de veranderingen in de vergunningverlening en het grote aantal meld- en informatieplichten als gevolg van de Omgevingswet minder overzicht hebben op milieurisico’s. De specifieke zorgplichten en open normen geven hen minder houvast bij het beoordelen van risico’s en vragen om extra inzet voor de onderbouwing bij handhaving. Toezichthouders moeten in de praktijk vaak de verschillen in regels tussen gemeenten uitleggen, wat leidt tot meer discussies met initiatiefnemers. En omdat er minder controle vooraf is moeten toezichthouders vaker achteraf bijsturen op activiteiten die al hebben plaatsgevonden. Bedrijven op hun beurt geven onder andere aan hogere administratieve lasten te ervaren door de meld- en informatieplichten en meer onzekerheid door interpretatieverschillen tussen toezichthouders.
Afspraken nodig tussen Rijk, omgevingsdiensten, bevoegde gezagen en bedrijfsleven
De Rli constateert dat de uitvoeringspraktijk wel extra handvatten nodig heeft om de ambities van de Omgevingswet te helpen realiseren. De Rli vindt dat het Rijk hierover nadere afspraken moet maken met gemeenten, provincies, omgevingsdiensten en het bedrijfsleven. Bij specifieke zorgplichten en open normen moeten deze afspraken meer houvast bieden zodat bedrijven weten of ze het goed doen en zodat toezichthouders effectiever en eenduidiger toezicht kunnen houden en kunnen handhaven. Bij het uitgangspunt ‘decentraal, tenzij’ moet concreter worden gemaakt wanneer er sprake is van ‘tenzij’, om te voorkomen dat regels en keuzes over complexe milieuproblemen op een te laag schaalniveau worden gemaakt en als willekeurig worden ervaren. En er zijn afspraken nodig om de praktijksignalen van toezichthouders beter te benutten bij het opstellen van omgevingsplannen om tot beter uitvoerbaar, ‘toezichtbaar’ en handhaafbaar beleid te komen.
Lees het persbericht ‘Toezicht en handhaving hebben meer houvast nodig om de ambities van de Omgevingswet te realiseren’
Lees hier meer over het advies ‘Toezicht met vertrouwen: toezicht en handhaving onder de Omgevingswet’
Voor meer informatie over het advies of uw reactie kunt u contact opnemen met de projectleider Luc Boot, luc.boot@rli.nl